Ode aan het hof van eten

Ode aan het hof van eten

Ratelende spaken, trekzak-tonen
haken in
mijn oren.

Liefdevolle oogst wordt
door de lucht geschreeuwd.

Snaren, haren spelen
en verhalen, geuren, dalen neder.

De wind
die om de hoek kwam kijken
langs de kerkse stenen strijkend.

Het zwarte goud wordt naar
de zee van mens
gedragen.

Spontaan-gesprekken-wekkend
bruisend
dorp in stad.

Hier heerst niet
de angst, of mode.
Hier heerst niet
verzuiling en verschuiling.

We vergeten even
dat Chinese steden zakken.
Dat de 1% regeert.
Temperaturen stijgen. 

Beurzen
crashen.

Levens
worden uitgedoofd
in naam van
God.
Afvlakken van
de wereld.

Een fiets wordt bontgekleurd gebeld
afval wordt gedwee betrapt
met zachte schreden.

Schouders omarmd, 
omarmd, 
omarmd.

Fijnproevende duiven azen,
zachte honden waken,
een plant
vliegert.

Een kring van
stieren, maagden
is
verzameld.

Een kat
- als eregast - 
gedragen op een
buik-  
spreker.  

Zij, die zich een treetje lager neervlijt, 
geurt
naar
bloem. 

Wekelijks wentelt deze mens zich in
het hof van eten.

Nature knows

Nature knows

Punt

Punt